PETRUS EN DE WOLK

Elektriciteit en water zonder limiet, aan land zonder Jack. Zalig. ’s Ochtends ga ik koffie drinken in een bar. Daarna douchen met veel water. Naar toilet op een wc met een spoelknop. Wat een feest!

Dr NO en Le Grand Bleu liggen in Marina Alcaidesa, bij La Línea de la Concepción. Van hieruit hebben we een prachtig zicht op Gibraltar.

De rots is alomtegenwoordig. Er hangt bijna continu een wolk boven, die gevoed lijkt te worden door de rots zelf (Erik kan die theorie perfect en heel bevattelijk uitleggen, maar doceren mag hij zelf eens in een andere blog. Laat mij maar mijmeren.).

Wanneer we de grens oversteken om in Gibraltar de kabelbaan te nemen om eens van boven op de rots te kunnen kijken, krijgen we een vriendelijke waarschuwing voor we instappen: “Er zijn apen. Véél apen. Ze zijn niet geïnteresseerd in jullie of jullie kinderen, maar wel in wat jullie bij hebben. Plastic zakje? Grissen ze zo uit je handen.” En de begeleider sluit af met: “Trust me, you’ll know what I mean when you get up there.”

En ja. Na een kort tochtje met de kabelbaan (prachtig zicht!) worden we overspoeld door apen, die zich trouwens gewillig laten fotograferen. Eén van de kleinere apen probeert langs mijn been omhoog te kruipen. Ik hou van dieren, echt, maar ben toch blij dat hij het snel opgeeft. Er zijn schattige baby-aapjes, die zonder ouderlijk toezicht tussen de toeristen spelen. Voor mij een teken dat ze ons vertrouwen.

“Deze rots vrààgt gewoon om een blog,” zeg ik tegen Erik. “Zeker,” zegt hij. “En als je nog inspiratie zoekt: weet je wat het Latijn is voor ‘rots’?”

Petrus.

De naam van onze pa, die – mocht hij nog in leven zijn – als 80-jarige met ons mee rond de wereld zou gezeild hebben.

Wanneer we de volgende ochtend vertrekken richting Marokko, staat Petrus ons rustig na te kijken. Met zijn wolk.

SOLO

Allein ist ein Mann am stärksten.

Dat zei Robert Pollet met een instemmend geknik, nadat ik hem uitgelegd had dat ik een week helemaal alleen ging zeilen. Dat was 25 jaar geleden, Robert is een tijdlang mijn baas geweest in één van de grotere chemische huizen waar ik gewerkt heb. Daaraan moet ik nu denken, nu door omstandigheden blijkt dat ik Dr NO helemaal alleen van Ibiza naar Malaga zal brengen. Sommigen zeggen mij dat ze na een uur zot zouden worden zo alleen op zee, maar ik hou van alleen zijn en ik kijk uit naar grote hoeveelheden me-time, brood bakken, vissen, zeilen, alles onder controle houden, ook al kan het zwaar zijn. Roberts uitspraak vat dit gevoel goed samen. En de beloning zal groot zijn, want Anneleen en Nancy zullen mij komen bezoeken in Malaga. (Ten behoeve van de op misverstanden beluste lezer, weze hier gestipuleerd dat ik het altijd leuk vind om te zeilen met vrienden of gasten, of ze nu veel zeilervaring hebben of niet.)

We varen over de nulmeridiaan, die van Greenwich dus, voor de derde keer sinds we begin juli in Oostende vertrokken zijn.

Ibiza – Malaga is ongeveer 340 zeemijl, zowat de afstand van Oostende naar Falmouth. Ik plan vier dagen. Ik koop teveel eten in San Antonio. Karina geeft mij ook nog wat “restjes” mee waarop ik twee dagen kan overleven en na twee uur op zee vang ik de grootste makreel die ik ooit al gezien heb.

Die eerste dag begint windstil maar algauw komt de voorspelde zuidwestenwind opzetten en kunnen we lekker scherp aan de wind zeilen. Ik vang die makreel, bak brood, en speel met het nieuwe speelgoed: de iridium satelliet telefoon. Ook de SOS functie moet getest worden, zeer tot verontwaardiging van Wouter die zich een ongeluk schrikt omdat hij mijn voorafgaande verwittiging niet gezien heeft. We varen over de nulmeridiaan, die van Greenwich dus, voor de derde keer sinds we begin juli in Oostende vertrokken zijn. Ik weet nu trouwens ook hoe die nulmeridiaan er uit ziet, want er is een stuk van in de schroef gedraaid. Het is een lelijke gele vezelachtige nylondraad met een plastieken fles aan, die een hels lawaai maakt als je de motor in vooruit zet. Dan maar het ankermaneuver onder zeil uitgevoerd, verloopt vlot. Het is net donker geworden als we rustig voor anker liggen bij Altea aan de Costa Blanca.

Dus moeten we bij het krieken van de dag het water in, met duikbril en duikersmes. Wat een janboel! Het kost me meer dan een half uur om de wirwar weg te snijden, hierbij moreel bijgestaan door een groepje citroengele aquariumvisjes die vandaag niet naar school moeten en mijn werkzaamheden met bezorgde blik volgen. Daarna koffie drinken, grootzeil hijsen en vertrekken. Ik kan niet genoeg krijgen van die mooie kust (behalve die toeristische steden dan) en de indrukwekkende bergen erachter. Soms vaar ik heel dicht tegen een eiland of een klif om te genieten van hun woeste schoonheid.

Ik besluit te stoppen in het haventje van Cabo Palos; daar hebben we tijdens de heenreis ook halt gehouden en ik weet dat er een goede heladeria is op wandelafstand.

Pas de laatste paar uur voordat het donker wordt, krijgen we wind. Ik besluit te stoppen in het haventje van Cabo Palos; daar hebben we tijdens de heenreis ook halt gehouden en ik weet dat er een goede heladeria is op wandelafstand. Het enige probleem is dat het voor Dr NO alleen in het begin van de toegangsgeul diep genoeg is. De wind neemt toe en de deining komt om de hoek, maar het gaat nog. Denk ik. Om drie uur ’s ochtends gaat het niet meer en word ik uit bed geslingerd… Ik zie geen alternatief en moet de zee op. Geen sinecure, want de wind is stevig komen opzetten, en het is nieuwe maan dus stikdonker. Nadat het grootzeil gehesen is in de kleine baai die nog redelijk beschut is, ben ik nat van het zweet ook al ben ik licht gekleed. Vooruit met de geit! Dr NO laat een lichtspoor na door de fosforescerende algen, dat heb je aan de Belgische kust ook soms, maar hier zie je bollen zo groot als tennisballen. Ik vraag me af of dat samengeklonterde algen zijn of misschien fosforescerende kwallen? Heel mooi in ieder geval, het geeft onze nachtelijke tocht iets feeërieks.

Later die ochtend bak ik brood bij windkracht 6, denk ik, want de windmeter is naar de eeuwige windmolenparken sinds die blikseminslag tijdens een onweer op Ibiza dat de volgende dag in de krant stond . (Verder geen probleem met dat onweer, we lagen voor anker en dat hield als een fort. Door de hagel en de hevige regen was ons dek eens gespoeld!)

De wind neemt toe naarmate we Cabo de Gata naderen. Ik krijg telefoontjes in verband met Sint Maarten. Men maakt zich zorgen. Of we de bestemming niet moeten veranderen? Ik doe wat opzoekingswerk in verband met de elektriciteitshuishouding op Le Grand Bleu.

Ik zie schattige goudbruine dolfijnen en voor het eerst vliegende visjes! Ik ben in opperste staat van verrukking door deze blauwe visjes die plots uit een golf opduiken en over het water fladderen als libellen. Dat zijn dingen die mij gelukkig maken. De wind die nog blijft toenemen bij het ronden van Cabo de Gata, en daarna ook nog terwijl dat niet voorspeld was, dat maakt mij minder gelukkig. Dr NO snijdt door de golven zonder angst maar Firmin (onze automatische piloot) kan het niet meer aan dus over naar familie: ik stuur met de hand. De golven zijn wild en groeien, en het wordt donker, voor beginnende zeilers zou dit wel angstaanjagend zijn denk ik. Ik zie op de kaart nergens een plaats die voldoende beschut is om te ankeren voor de nacht. Het is nochtans dringend want ik was vroeg op.

Als ik in de haven ben begrijp ik het: vergane glorie.

Dus vaar ik in het stikdonker het kleine haventje van Adra binnen, nadat ik tevergeefs via de VHF opgeroepen heb, geen antwoord, en gebeld naar het inderhaast gegoogelde telefoonnummer, ook geen antwoord. Als ik in de haven ben begrijp ik het: vergane glorie. Lange steigers waaraan wel honderd boten afgemeerd hadden kunnen liggen met lazy lines, maar er ligt geen kat. Dus neem ik de vrijheid om languit langs de steiger af te meren. Het is middernacht en het water is spiegelglad, en alles is rustig, en ik val in een diepe coma.

Om twee uur word ik wakker van aanhoudend geklop aan dek. Ik steek mijn hoofd buiten en daar staat een man in uniform die mij een formulier aanreikt en vraagt om het in te vullen. Misschien vraagt hij mij ook ten huwelijk, daarvoor is mijn kennis van het Spaans ontoereikend, in ieder geval ik blijf vriendelijk en zeg hem dat ik mañana naar zijn bureau zal komen; neen ik moet dat formulier nu invullen. Ik vul dat formulier in, veronderstellende dat deze handelswijze de kortste weg is naar mijn slaap. De mens vertrekt. Ik val opnieuw in de voornoemde diepe coma.

Om acht uur word ik wakker van aanhoudend geklop aan dek. Ik steek mijn hoofd buiten en daar staat een politieman. Ik vertel hem over mijn nachtelijke formaliteiten. Deze interesseren hem niet, ik moet met de boordpapieren naar zijn bureau komen. Om een lang verhaal kort te maken, tegen elf uur kan ik mijn reis verder zetten.

Terwijl ik Nancy aan de lijn heb springt er, op nog geen tien meter van de boot, een zwaardvis van meer dan een meter uit het water omhoog, wel drie keer achter elkaar.

Het wordt een windloze dag dus varen we op de motor. Ik luister naar RNE Classic, al van in Ibiza, om te slapen zet ik de radio niet af maar heel stil. Bijna altijd klassieke muziek zoals ik ze graag hoor, met maar weinig gebabbel tussendoor. Er wordt nog duchtig getelefoneerd, vooral over Sint Maarten, we gaan er uit geraken. Terwijl ik Nancy aan de lijn heb springt er, op nog geen tien meter van de boot, een zwaardvis van meer dan een meter uit het water omhoog, wel drie keer achter elkaar. Ik ben in de wolken! Wellicht zat hij achter iets aan dat er lekker uitzag.

De crew van Le Grand Bleu heeft zijn gasten aan land gebracht en het probleem met de alternator is opgelost. Ze vertrekken vandaag nog naar Malaga non-stop, ETA maandag. Ik lig wat in de hangmat te mijmeren. Als de zon ondergaat staat er een fijn sikkelmaantje. Op het ogenblik dat ik een foto wil trekken van de prachtige kleuren die de zon achterlaat boven de bergen van Malaga, zwemt er een school dolfijnen rustig voorbij. Niet gek en dartel zoals ze soms doen, neen, rustig, bedaard, met een majestueuze elegantie.

En terwijl de havenlichten van Malaga langs mij heen schuiven denk ik: dit was wat ik nu nodig had. Erik: herboren.

Bedankt, indrukwekkende rotsen.
Bedankt, citroengele aquariumvisjes.
Bedankt, fosforescerende feeën.
Bedankt, vliegende visjes.
Bedankt, makreel (en sorry).
Bedankt, zwaardvis.
Bedankt, RNE Classic.
Bedankt, dolfijnen.
Bedankt, Dr NO. You were amazing.

  

  

 

MISSEN

Ik ben al weg sinds 28 april. Afscheid nemen was moeilijk, maar ook wel bijzonder. Een beetje zoals doodgaan. Mensen die nog snel iets willen rechtzetten voor je vertrekt. Een bekentenis doen. Heel open zijn. Eindelijk eens zeggen hoe ze over jou en de rest van de wereld denken. Heel mooi.

Vertrekken was niet gemakkelijk; vertrokken zijn was hemels. In een nieuwe wereld gesmeten worden, een spannend decor: geen huis meer, maar een schip. Geen straten met buren meer, maar andere boten die naast je voor anker liggen in telkens weer een andere baai. Zonsondergangen. Manen. Zonsopgangen. Wolken. Golven. Wind.

Maar dan komt het. Het missen.

Niet de keuken met vaatwasser, niet de auto. Wel de familie, de vrienden en de collega’s.

Hoe erg ik haar heb gemist besefte ik pas toen ik alweer afscheid van haar moest nemen afgelopen zaterdag, na haar bezoek van vijf dagen. En nu weer dat missen. Binnen twee weken verhuist ze zelf naar het buitenland.

Ik hoef dus niet naar België. Iemand missen kan je overal.

SCHRIFTJE

Mijn schriftje is bijna vol. Ik kocht het in mei in Missalonghi, waar Eline en ik helemaal uit ons dak gingen omdat we er een knutselwinkel vonden.

Het schriftje is een begrip geworden op de boot. Wouter weet dat het belangrijk is voor mij, en als ik het kwijt ben laat hij meteen alles vallen om te helpen zoeken.

Het schriftje is geen dagboek, eerder een verzameling van dingen die ik anders op losse blaadjes of een post-it zou schrijven: receptjes, boodschappenlijsten, zaken die ik niet mag vergeten. Dorien lactosevrij. Peter geen tomaat. Gin meebrengen voor Rob.

Het is ook een stille getuige van de onnozele dingen die we ’s avonds doen: kladjes met maffe ontwerpen voor een eigen vlag voor Le Grand Bleu (een wereldbol met een poes die er rond stapt). De plakkertjes die we op ons voorhoofd plakken bij het spel ‘wie ben ik’.

De kladversie van mijn blogs, zoals deze. Een vergeten Italiaanse postzegel (gevonden toen we al in Mallorca waren).

De vertrektijden van de vluchten voor Maya: 11/09 Tuifly 17u20, 16/09 Ryanair 14u45. Nog acht dagen. Ik ga in haar wangen knijpen als ze hier is.

En dan begin ik een nieuw schriftje.

JACK Y JAMES

Wat een leven.

Er is de voorbije 2 weken zoveel gebeurd dat ik het niet meer op en rijtje krijg.

Een (onsamenhangende) samenvatting.

Formentera, een mini-eilandje ten zuiden van Ibiza, is zo charmant dat ik mij moet inhouden om er niet te blijven plakken. Toen we er voor anker lagen hebben we er wel een woeste storm doorstaan van 50 knopen (ongeveer 10 Beaufort, jawel), maar naast een paar dingen die weggewaaid zijn hebben we nauwelijks schade ondervonden. Stoer schip he.

Een weekje later leuke gasten aan boord, heel gezellig: de zusjes Iris en Dorien met mama Nicole, het koppel Alida en Peter, en Rob. Lekker veel gezeild, gezwommen en gesnorkeld, gegeten en gedronken, en gefilosofeerd over het leven.

Gsm verzopen in het zeewater. Balen. Enkele dagen later Wouter’s gsm verzopen. Balen met z’n tweeën, het schept een band :-).

En sinds twee weken eindelijk terug samen met Dr NO. Vanaf nu zeilen we in duo.

Hasta luego! (Volgens mijn app kan ik al 40% Spaans. Hm. Ik denk dat die app gewoon een heel lieve juf is.)

Karina

Le Grand Bleu en Dr NO samen in Ibiza

Jack (bijboot van Le Grand Bleu) en James (van Dr NO) samen gezellig in Ibiza

Een ‘Lenceria’ in Ibiza. En dan moet ik aan mijn vriendin Lence denken 🙂

TEENSLIPPERS

Mallorca.

Het is elke dag zó warm dat om het even welk kledingstuk, hoe licht ook, aan je huid kleeft. Sommige zeilers zie je wel eens poedelnaakt op hun boot zitten. Ik hou het voorlopig nog beschaafd, maar ik realiseer me dat 70% van mijn garderobe op deze reis van weinig nut zal zijn. Ik draag enkel topjes en shorts. Van de T-shirts heb ik de mouwen al afgeknipt, zelfs van die met korte mouwtjes. Pijpen afgeknipt van jeansbroeken, lange jurken ingekort. Mijn jas en dikke trui heb ik een tijdje geleden al zo goed weggestopt dat ik de boot binnenstebuiten zou moeten keren om ze terug te vinden.

Aan mijn voeten enkel teenslippers als we aan land gaan. Ik moet denken aan Thomas Siffer, die in zijn boek “Land in Zicht” ook beschreef hoe hij plots besefte dat hij al twee jaar geen schoenen had aangehad.

Evert, een sympathieke zestigplusser die een aantal jaren geleden samen met zijn vrouw Corry ook rond de wereld zeilde, en die we ontmoetten in Olbia, Sardinië, zei het zo: “Je voeten? Die krijg je nooit meer schoon. En de eerste keer dat je terug een lange broek aan moet. Pijn! Echt!”

Maar mij hoor je niet klagen :-).

BLUE

Bloggen doe ik eerst altijd op papier. Het is niet altijd mogelijk om het meteen online te zetten. Deze blog is van de oversteek Italië-Spanje van twee weken geleden. Onderweg geen internet, geen telefoon.

12 juni 2017

Gisterenmiddag vertrokken we uit Cala di Volpe voor de oversteek naar Mallorca. Ik weet al van wie mijn eerste berichtje zal zijn als ik terug bereik heb: “Welkom in Spanje,” zal Proximus sms’en.

Om 6 uur vanochtend heb ik Wouter afgelost van de wacht. Ik zou een boek kunnen lezen, want alles is heel rustig, maar ik ben een beetje bang dat ik dan de tijd uit het oog zal verliezen. Wacht houden is regelmatig 360° rond de horizon afspeuren, de koers in de gaten houden, en het logboek aanvullen. Maar je kan wel wat groenten snijden en koken, of een wasje doen.

En mijmeren.

Er is jammer genoeg geen wind, de zee is zonder golven. Maar de lucht is blauw en gaat met een zacht grijsblauw over in de zee. Ik lijk wel in een onmetelijke blauwe bel te zitten.

“Blue” van Joni Mitchell heb ik bij, in een externe schijf die Hans voor me gevuld heeft met muziek en films om me drie jaar zoet te houden. En ik zou het kunnen afspelen met de kleine handige box die ik van Davor en Lence kreeg.

Maar dat ga ik nu niet doen. Because I don’t feel blue.

 

Karina

The Mystery Girl

Jullie vroegen het je af.

Neen, ik was niet alleen toen ik 2 jaar geleden besliste om mijn droom waar te maken om rond de wereld te zeilen. Ik beleefde samen met mijn vriendin een paar spirituele gebeurtenissen die ons deden inzien dat wij dit moesten doen, dat het kon, en dat het mocht.
Het ontmoeten van een koppel in Londen dat zo’n een reis al gemaakt heeft, was de eerste aanzet. Een paar maanden later kwamen we diezelfde mensen tegen in La Trinité sur Mer. Een voorteken dat het universum dit avontuur voor ons in petto had!  Onze gesprekken draaiden steeds meer en meer rond hetzelfde thema…
Wij kunnen nu ook het romantische detail verklappen dat ‘Le Grand Bleu’ het restaurant is waar Nancy en ik onze eerste date hadden. Dat Le Grand Bleu ook verwijst naar een mooie film, de Grote Oceaan en een dolfijn, was mooi meegenomen.
Maar Nancy ’s verhaal is niet zonder slag of stoot gegaan. Ze had de voorbije 2 jaar heel wat hindernissen te overwinnen. Het heeft lang geduurd voor ze zekerheid had of ze mee de wereld rond kon, er moest immers een regeling voor haar kinderen afgesproken worden. Het is nu duidelijk dat ze niet heel de reis aan boord zal zijn, wel bepaalde stukken. Alvast juli en augustus dit jaar.
Dus Nancy vertrekt op 8 juli met mij vanuit Oostende. Welkom aan boord, Nancy!
PS: check het profiel van Nancy op deze website.

AARDE

We liggen al enkele dagen voor anker in Cala di Volpe, Sardinië. Een prachtige baai met verschillende tinten blauw. Je kan je anker zien liggen blinken op de bodem. Aan land is er enkel een groot hotel te zien; verderop, op de heuvel, een klein dorp.

Ik hou van aarde. Een paar dagen geleden kocht ik een zak potgrond in een supermarkt in Olbia. Om iets te laten groeien op de boot. Boom heeft het opgegeven.*

Aarde dus. Plantje heb ik net overboord gegooid, helemaal uitgedroogd was hij, en opgegeten door de zilte zeelucht. Nu heb ik bieslook gezaaid in de paarse hangpot van Plantje. Ik heb wat in de zak zitten graaien en woelen. Lekker. Mooie grond.

Maar toch aard ik wel op het water.

Karina

 

* We zijn van enkele voorwerpen het lidwoord beginnen weglaten, om ze een identiteit te geven. In gedachten krijgen ze ook een hoofdletter. Boom. Plantje. Mandje. Sommige dingen hebben een echte naam gekregen, zoals Jack (onze bijboot), Jommeke (de motor van de bijboot), Keirel (de automatische piloot). En Wouter begint nu ook Jenny te zeggen als hij het over de generator heeft.

EEN BEETJE ZOALS VLIEGEN

We doen er 40 uren over, van Griekenland naar Italië.

Ik vaar graag ’s nachts, als er geen land te bespeuren valt, en met heldere hemel. Water en sterren. Wie de wacht houdt, speurt regelmatig de horizon af naar lichten van andere boten (voor de veiligheid). Soms is het zo donker dat de zee overgaat in de lucht. ‘Het is een beetje zoals vliegen’, zegt Eline (op de foto boven: Eline blij met Italië in zicht na de overtocht).

Je voelt niet dat je een grens oversteekt, maar ’s ochtends meer je aan in een ander land. Je maakt er kennis met Saverio, taximan en fikser van alles; hij laat aan potentiële klanten gratis cornetti bezorgen, met zijn handtekening op het papieren zakje. En dat werkt: later kopen we, uit de koffer van zijn witte taxi, een bol heerlijke geitenkaas en een fles frisse witte wijn. We krijgen er gratis Italiaans straattheater bij: Saverio kijkt beledigd als ik probeer af te bieden, maar geeft er even later dan toch nog een flesje wijn bij. Van de zaak.

Ondertussen zijn Eline en Nynke in Palermo op een vliegtuig gestapt naar huis. Maar de nachtvluchten op onze zeilboot zullen ze wellicht nooit vergeten.

PS: de foto’s hieronder zijn van vorige nacht, onderweg van Ustica naar Olbia (Sardinië). De nacht was zo mooi dat ik Wouter niet wilde wakker maken om me af te lossen van mijn wacht. Geen maan, maar een fantastische sterrenhemel met de Melkweg. Tegen vijf uur ’s ochtends stond de horizon in het oosten in brand. En toen verscheen die prachtige gele vuurbol.

Daarna ben ik Wouter gaan wekken :-).